Wie neemt verantwoordelijkheid?
Gerard Voskuilen is 50 jaar geleden als bioloog afgestudeerd en na een heel diverse loopbaan van leraren opleiden, gezondheidsvoorlichting tot organisatie–advisering en arbeidsomstandigeden, is hij sinds zijn pensionering actief in zijn woonwijk. Daar richt hij zich sinds 2020 vooral op de energietransitie en het bevorderen van biodiversiteit. Sinds een paar jaar is hij lid van de Koninklijke Nederlandse Natuurhistorische Vereniging (KNNV) Gouda en omstreken en van het IVN IJssel en Gouwe.
‘De KNNV is betrokken bij het omgevingsprogramma voor biodiversiteit in Gouda. Denk daarbij aan mogelijkheden voor extra biodiversiteit in plantsoenen, groenstroken, bermen en ook woningen en tuinen. Op papier ziet dat programma er mooi uit, maar als je ziet wat er in de praktijk gebeurt, dan zit daar een groot gat tussen. Door de jaren heen kreeg ik steeds meer het gevoel: Mensen zijn bezig met de natuur, ze beleven het, krijgen educatie en genieten ervan. Maar hoe nemen we gezamenlijk verantwoordelijkheid?’
Kansen of bedreigingen
‘Bij ambtenaren leek dat gat tussen theorie en praktijk echter niet overal gezien te worden. Dat had niet met tegenzin te maken, maar eerder met onbekendheid of onvermogen. En aan de andere kant kwamen meldingen van bewoners, die kansen of bedreigingen voor de natuur zagen, niet goed of helemaal niet door. Zo kwam ik op het idee om een Meldpunt Natuur Midden-Holland op te starten. Met vijf anderen van de KNNV vormen we de kerngroep en zijn we in 2024 van start gegaan.
Slagvaardig en juridisch onderbouwd
‘Advocaat van de Aarde gaf ons het advies om een stichting te worden. Dat is goed voor onze slagvaardigheid en maakt het nemen van juridische stappen ook makkelijker. We zijn nog steeds verbonden met de KNNV en het IVN, maar kunnen ons eigen pad uitstippelen. Advocaat van de Aarde ondersteunt ons ook met ander juridisch advies. De Omgevingswet is vrij nieuw en best ingewikkeld. Als ik twijfel of iets juridisch niet helemaal begrijp, stuur ik een berichtje naar Advocaat van de Aarde en krijg ik altijd een antwoord. Snel, prettig en to the point.’

Welke meldingen krijgt het Meldpunt?
‘Het Meldpunt kreeg in het afgelopen jaar zo’n 25 meldingen uit vooral Gouda en Bodegraven-Reeuwijk en nog maar weinig uit Waddinxveen en de Krimpenerwaard. Voor een eigenlijk nog onbekend initiatief is dat zeker niet slecht. Laat ik een aantal voorbeelden geven.’
Krabbenscheer

‘Wij kregen de melding: In één van de gemeentes ligt langs de sloot een hele berg krabbenscheer. Krabbenscheer is een exoot, maar is tegelijkertijd onmisbaar voor de groene glazenmaker, een libelle en Europees beschermde soort. Je moet deze waterplant elk jaar voor zo’n 20-25% ‘schonen’, anders groeit de sloot dicht. Maar weggooien is zonde, want er zijn best andere plekken waar je krabbenscheer kunt uitzetten. Op dit moment is daar grote behoefte aan. Dus lieten we de gemeente weten dat Staatsbosbeheer en het Hoogheemraadschap actief beleid hebben op het schonen en herplaatsen van krabbenscheer. Zij hebben misschien wel plek voor het overschot. Dat vond de gemeente een goede tip. Maar daar hebben we het niet bij gelaten: in ons systeem staat de melding op ‘volgend’. Ons voornemen is nu om in de zomer, als de plannen voor het schonen weer gemaakt worden, de gemeente te bellen en te vragen: Hoe ga je het dit jaar aanpakken?
Bunzing
‘We hebben voor onze meldingen ook een meldingsformulier gemaakt. Tijdens een inspiratiedag over natuur en beleid in Gouda, had ik aanwezigen gevraagd om dat formulier eens te gebruiken. Als zij in de pauze toch een ommetje gingen maken, konden zij misschien kijken of er iets te verbeteren viel in het aanliggende plantsoen. Met daarbij één tip: De gemeente Gouda had in deze wijk de bunzing als een doelsoort benoemd. Die zou daar dus moeten kunnen leven.’
‘Na de pauze kwam er iemand naar mij toe: “Het is heel opvallend! Als je vanuit het oog van een bunzing naar dit plantsoen kijkt, dan kan die nergens schuilen.” Terwijl een bunzing juist graag wil kunnen schuilen, ook ’s nachts, met liefst elke 30 tot 40 meter een schuilplek. Dat inzicht hebben we onder de aandacht van de gemeente gebracht.’
Egelroute
‘Zo zijn er eindeloos veel kansen voor de inrichting van plantsoenen en groenstroken om de soortenrijkdom te helpen vergroten, alleen al met extra vlucht- en schuilplaatsen. Neem de egel als voorbeeld. Voor de egel is in Gouda een hele mooie actie geweest waarbij gevraagd werd om de langste en meest creatieve egelroute door privétuinen te maken. Dat was een groot succes en wij vonden het fantastisch, maar de route moet niet alleen door privétuinen lopen. Die moet doorgetrokken worden naar de openbare ruimte. Daar gaan wij ons ook voor inzetten.’
Breevaart
Een laatste voorbeeld is de melding over de Breevaart in Gouda: ‘Daar waren werkzaamheden gepland. KNNV had, samen met een aantal stadsecologen, meegedacht over wat er gedaan kon worden om een gedeelte van de berm en oever te sparen. Toch is er gekozen voor de goedkoopste en simpelste oplossing, die veel minder natuurvriendelijk was. Een bewoner maakte hiervan melding bij ons en wij hebben een verzoek tot handhaving gedaan.’

‘De handhavers vonden onze bezwaren terecht. Daarop is er een gesprek georganiseerd tussen bewoners, de gemeente Gouda en het ecologisch adviesbureau, maar van honderden meters oever die gered hadden kunnen worden, is dat uiteindelijk voor slechts 30 meter gelukt. Bij het inschakelen van de omgevingsdienst in zo’n laat stadium van uitvoering, zie je dat handhaven overgaat in onderhandelen. Het resultaat daarvan zegt iets over de krachtsverhoudingen tussen de betrokken partijen.’
Zorg voor de natuur gaat niet vanzelf
‘Het Meldpunt bestaat nog niet zo lang en een melding als die over de Breevaart is heel leerzaam voor ons. Want hoe werkt nu zo’n handhavende Omgevingsdienst? Hoe werkt dat advies van IVN en KNNV bij een gemeentelijk project? Hoe werkt de stadsecoloog in de aanloop naar dat project? De adviezen vooraf zijn in dit geval vrijwel in de wind geslagen. Kunnen wij als Meldpunt iets aan die werkwijze veranderen in de komende jaren? Al die vragen geven ons de motivatie om aan de slag te blijven, want zorg voor de natuur gaat niet vanzelf.’
